Keepersschool Frank de Ruiter legt uit

Keepersschool Frank de Ruiter legt uit

Bij de cursussen en clinics maken de keep(st)ers kennis met alle onderdelen van het keepersvak. Welke onderdelen zijn dit en waarom zijn deze belangrijk?

Insnijden

‘Bij sommige schoten moet je als keeper je armen behoorlijk strekken. Om zo snel mogelijk bij de bal te komen, is het belangrijk om de ‘kortste route’ te nemen. Dat noemen we insnijden. Bij het duiken oefenen we deze beweging voorwaarts te maken in plaats van opzij. Als je naar voren duikt, is de hoek kleiner en ben je als keeper het snelst bij de bal. En de bal zelf heeft minder tijd om van jou weg te draaien of bijvoorbeeld onderweg nog een vervelende stuit te maken.’

Meevoetballen

‘Wil je als keeper een hoog niveau bereiken, moet je ook aandacht schenken aan het meevoetballen. Tot 1992 mochten zij een terugspeelbal oprapen. Nu heeft de keepers de taak deze goed te verwerken met de voeten. Het betekent ook ze een belangrijke rol in de opbouw en het positiespel hebben. Met de keepers oefenen we hoe ze aanspeelbaar moeten zijn, waar ze de bal in hun ‘zestien’ moeten vragen en hoe ze deze verwerken. Het voordeel van elftallen met een meevoetballende keeper is dat zij een extra aanspeelbare speler in het veld hebben, eentje met handschoenen.’

Een-tegen-een

‘Als keeper heb je in de een-tegen-een een aanzienlijk grotere kans dan veel mensen denken. Belangrijk is het om het de tegenstander zo lastig mogelijk te maken. We trainen de keeper om zijn doel te verkleinen, onder meer door het aannemen van een goede uitgangspositie. Als we de afstand tot de bal kort houden, heeft de tegenstander weinig ruimte om een actie te maken. Hoe langer we het duel ‘ophouden’, des te groter de kans dat we de tegenstander naar de buitenkant – verder van het doel – weten te dringen.’

Gooien/rollen

‘Niet elke bal hoeven we als keeper ver uit te trappen. Om het spel snel voort te zetten of te verplaatsen, kunnen we de bal ook naar een medespeler rollen of gooien, die op kortere afstand staat. Als we dit goed doen, is er weinig tot geen risico op balverlies en kan ons eigen team meteen een nieuwe aanval opstarten. Bij het oefenen van het gooien en rollen besteden we veel aandacht aan het aannemen van de juiste lichaamshouding.’

Vallen/duiken/zweven

‘Veel technische onderdelen komen kijken bij het duiken naar een bal: afzetten, insnijden, positie kiezen, vallen. Veel keepers hebben in het begin wat angst voor het vallen en duiken. Het landen op de grond kan een beetje pijn doen. Met de juiste techniek is dit niet het geval. Onder meer bij oefeningen met het insnijden trainen we de valtechniek, met een goede landing op de zijkant.’

Positionering rond het doel

‘Keepers staan nooit stil in een wedstrijd, maar zijn constant in beweging. Van groot belang is dat ze te allen tijde op de goede plaats staan. Juist dan hoeft de keeper nauwelijks te corrigeren. Zoals bij het positie kiezen bij een terugspeelbal, een vrije trap rond de eigen ‘zestien’ of een corner. Wie het minst hoeft te corrigeren, heeft de grootste kans dat de bal goed verwerkt wordt.’

Coaching

‘De keeper is de speler die het spel voor zich heeft. Niemand kan de verdedigers beter coachen en op hun plaats zetten dan de keeper, bijvoorbeeld bij standaardsituaties. Dat betekent dat de keeper zich verbaal moet laten gelden, tijdig en luid instructies geven. Elke verdediging voelt zich vertrouwt met een keeper achter zich, die een paar extra ogen heeft.’

Bal verwerken

‘Het liefst vangen we elke bal klem. Van belang is het om de bal goed te verwerken. Tijdens de trainingen besteden we aandacht aan de manier waarop we dat doen, zowel bij het onderhands als bovenhands vangen. Zo zorgen we bijvoorbeeld dat bij een bovenhandse bal de duimen achter de bal zijn, en dat de gevangen bal snel wordt afgewerkt naar de borst. Ook kan het voorkomen dat we een hoge bal moeten tippen, dan is het zaak om één hand volledig achter de bal te hebben en deze vervolgens de juiste richting op te sturen.’

Voetenwerk

‘Om snel te kunnen reageren op spelsituaties is dit een onmisbare eigenschap voor een keeper. Het voetenwerk komt terug bij het afzetten om te springen naar die ene hoge bal of te duiken naar die andere onhoudbare bal in de verre hoek. En ook om snel uit het doel te komen om een bal te onderscheppen. Bewegen op de voorvoeten zorgt ervoor dat de keeper makkelijker meebeweegt.’

Uitgangshouding

‘In een wedstrijd hebben we verschillende momenten waarbij het belangrijk is de juiste uitgangshouding aan te nemen: bij een schot op doel, een duel een-tegen-een en een voorzet. Voor elke situatie wordt een andere houding gevraagd van de handen en benen.’